woensdag 28 september 2011

Young Professional 2. 0 vraagt nieuwe manier van werven



Werkgever zonder online aanwezigheid trekt geen jong talent
27 september 2011 - Young Professionals 2.0, de studenten en starters van nu, vereisen een nieuwe manier van werven. Traditionele wervingskanalen, zoals een advertentie in de krant, maken plaats voor de combinatie van social media en vacaturesites. Via social media oriënteert de Young Professional 2.0 zich op bedrijven en vacaturesites worden geraadpleegd voor de daadwerkelijke vacatures. 

Dit blijkt uit het Trendrapport 2011 van ASA Student en Ad Rem Young Professionals.

Internet als leefomgeving Jongeren gebruiken social media voor hun personal branding en een toenemend aantal jongeren heeft een eigen website of blog om het merk ‘ik’ extra exposure te geven. Employee branding loopt in Nederland wat dat betreft mijlenver voor op employer branding. Young Professionals 2.0 hebben tijdens hun studie continu via het internet gecommuniceerd en kennis en informatie gedeeld. Het internet vormt ook de basis in de zoektocht naar een baan. Voor organisaties is het daarom ook belangrijk om te investeren in ‘netwerkdenken’. Zichtbaarheid op diverse platforms en podia en actief contact met de starter is essentieel.

Online profilering
Katinka Habermehl-Reuling, algemeen directeur van ASA Student en Ad Rem Young Professionals: "Mijn belangrijkste advies aan werkgevers is: werk aan uw employer brand, onder andere door zichtbaarheid op social media. De Young Professional 2.0 zal voorbij gaan aan werkgevers die zich niet online hebben geprofileerd. Zelf doen ze dat immers wel en ze laten daarmee zien hoe leuk ze zijn, wat ze doen en wat hun onderscheidende vermogen is. Dat verwachten ze ook van hun toekomstige werkgever. Werkgevers kunnen op dat gebied nog veel leren van de online profilering van jongeren."

www.managersonline.nl

______________________________________________________________
______________________________________________________________






Eigen mening:
Omdat organisaties tegenwoordig in een turbulente markt moeten functioneren is verandering en innovatie eerder de norm dan de uitzondering geworden. Leren en opleiden worden gezien als belangrijke instrumenten om ervoor te zorgen dat werknemers in staat zijn om die permanente verandering te hanteren. (Kluijtmans, Frits, Leerboek HRM, pag. 312).
Het is dus belangrijk voor de organisaties en de maatschappij om mee te gaan in de social media ontwikkeling. Het kan alleen in het nadeel werken als een bedrijf of organisatie met zijn medewerkers achter loopt in de maatschappij en zoals men steeds meer gaat merken is dat social media een grotere rol gaat spelen. Zo staan er al verschillende artikelen in de kranten en op internet dat social media studenten erg gewild zijn op de arbeidsmarkt. Dit wilt zeggen dat er toch al bedrijven realiseren dat social media een "must" is. Maar nog lang niet alle bedrijven zijn hiermee bezig. Men zegt wel vaker dat de jeugd asociaal wordt door de technologieën van tegenwoordig, maar ik ben het "deels" wel met  Katinka Habermehl-Reuling eens. Werkgevers kunnen op organisatiegebied juist wat leren van de online profilering van jongeren. In tegenstelling vind ik dat men ook wel gelijk heeft dat het asociale invloeden met zich mee kan brengen. Conclusie: ik vind het een goed initiatief.

Binden en boeien van medewerkers

27 september 2011, door Miriam Theunissen
Goed werkgeverschap of economische maatregel?
Onlangs heb ik deelgenomen aan een workshop met het thema “Enthousiasme en groei van medewerkers in uw organisatie”.
Vanuit mijn functie als HRM-adviseur vind ik het erg belangrijk dat de medewerkers binnen ons bedrijf enthousiast zijn over hun werk, hun werkgever en hun loopbaanmogelijkheden.
Thema’s als “binden en boeien” en “regie van de eigen loopbaan” kwamen in deze workshop dan ook volop aan de orde.


Binden en boeien
Aan het einde van de dag was er één boodschap die me het meest aansprak en die me daarom ook het meeste is bijgebleven. Wanneer mensen enthousiast zijn over hun werkzaamheden, werkomgeving en loopbaanmogelijkheden, heb je als werkgever het beste middel in huis om je medewerkers te binden en te boeien.
Iedereen wil een leuke baan, goede werksfeer en ontwikkelmogelijkheden. Dat is bijna vanzelfsprekend, of je nou starter bent op de arbeidsmarkt, veel werkervaring hebt, jong bent of al wat ouder. Het zou zelfs zo vanzelfsprekend moeten zijn dat de noodzaak of een organisatie hier iets mee doet niet eens meer hoeft te worden besproken. De enige vraag die organisaties zich zouden moeten stellen is de wijze waarop zij er iets mee gaan doen.


Uitvergroting
Wat ik nou heel typerend vind is dat dit onderwerp momenteel uitvergroot wordt voor één specifieke groep medewerkers, namelijk de ouderen. Alsof het alleen voor die ene doelgroep van toepassing is en alsof het op allerlei nieuwe inzichten gebaseerd is. Ik zie dit terug bij actuele onderwerpen zoals het pensioenakkoord en de miljoenennota.
In die context wordt vooral gesproken over duurzame inzetbaarheid van oudere medewerkers en scholingsmogelijkheden om mobiliteit te bevorderen.
Volgens mij is het toch zo dat thema’s als duurzame inzetbaarheid, scholingsmogelijkheden en mobiliteitsbevordering voor alle medewerkers van belang zijn en niet specifiek voor de oudere medewerkers.


Geen financiële maatregel, maar HRM-beleid
Ik durf te beweren dat, wanneer een werkgever duurzame inzetbaarheid, scholing en mobiliteit voor het personeel hoog in het HRM-vaandel heeft staan, het alleen goede resultaten op kan leveren als daar vanaf het moment dat iemand in dienst komt al mee gestart wordt. Zo investeer je in enthousiaste, gemotiveerde medewerkers die het vanzelfsprekend vinden dat ze zich ontwikkelen, plezier in hun werk ondervinden en werk doen dat past bij hun mogelijkheden, levensfase en kennisniveau.


Ik durf zelfs te beweren dat wanneer een werkgever pas gaat investeren in duurzame inzetbaarheid, scholing en mobiliteit wanneer een medewerker wat ouder wordt, dit te laat is! Het zou in dat geval niet tot het resultaat leiden dat deze medewerker op een gezondere manier langer door kan werken in verband met de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd.


Economisch belang of goed werkgeverschap?
Daarmee wil ik niet zeggen dat ik tegen de maatregelen ben, die momenteel door de regering worden aangekondigd. Helemaal niet !
Ik ben er wel op tegen wanneer het niet voor alle mensen die deel (willen en kunnen) nemen aan het arbeidsproces, van toepassing zou zijn. Nu wordt het in het kader van het bereikte pensioenakkoord ineens heel belangrijk. In die context krijgt het de “smaak” van economisch belang en de plicht op deelname aan het arbeidsproces. Terwijl het juist breder getrokken moet worden omdat het ook moet gaan om goed werkgeverschap en het recht op deelname aan het arbeidsproces.
Tijdens de workshop bleek gelukkig dat mijn mededeelnemers, zowel HRM-adviseurs als managers, die mening met mij delen. 
http://www.driessen.nl/
________________________________________________________________________
________________________________________________________________________

Mijn mening:
Ingaande op de uitspraak “dat wanneer mensen enthousiast zijn over hun werkzaamheden, werkomgeving en loopbaanmogelijkheden, je dan als werkgever het beste middel in huis hebt om je medewerkers te binden en boeien”, vindt ik dat de volgende theorie aansluit. De goalsettingheorie van Locke en Latham. Deze theorie gaat ervan uit dat medewerkers vooral gemotiveerd worden door doelen die aan bepaalde kenmerken voldoen. Kenmerken als:
-Moeilijke maar haalbare doelen leiden tot betere prestaties dan eenvoudige doelen met de volgende voorwaarden: participatie, beschikken bekwaamheden en vaardigheden.
- De doelen moeten specifiek zijn en niet algemeen, het resultaat moet meetbaar zijn.
-Kennis van resultaten (feedback) tijdens en na het werk voor motivatie.
-Merk op waarderingssystemen, bijv. beoordelings- en beloningssystemen om de tevredenheid te kweken.
(Kluijtmans, Frits, Leerboek HRM, pag. 197,198)

Ook vind ik dat mevrouw Theunissen in de laatste alinea goed haar meningen beargumenteerd. Hierin wordt het ook heel duidelijk met welk vraagstuk zij dit onderzoek is gestart en wat haar uiteindelijke conclusie daarvan is. Ze is als het ware tot de conclusie gekomen dat bedrijven maar ook werkgevers grotendeels aandacht besteden aan scholing en mobiliteit, omdat het economisch steeds meer van belang is in plaats van voor de ontplooiing van de medewerkers zelf, etc. Ik ben er dan ook op tegen als die mogelijkheden niet worden gecreëerd voor alle mensen zijn die deel willen en kunnen nemen aan het arbeidsproces.